ORGELS | Lutherse Kerk
Het Van Oeckelenorgel in de Lutherse Kerk

Het oorspronkelijke Schnitger/Radeker & Garrels/Freytag orgel, dat in de 18de en 19de eeuw al herhaaldelijk moest worden "gerepareerd", werd in 1896 (twee eeuwen na de inwijding van de kerk) vervangen door een instrument vervaardigd door de firma Van Oeckelen en Zonen. In 1883 dacht men al aan die vervanging, er kwam een orgelfonds. Er was overleg met de orgelmakers Van Oeckelen en met J.F. Witte van de firma Bätz & Co te Utrecht. De kerkenraad stuurde zelfs een delegatie, waartoe ook de toenmalig organist P.H. de Groot behoorde, naar Utrecht.

In Utrecht bezocht men onder andere het Witte-orgel van de Lutherse kerk aldaar. De Groot en de secretaris achtten dit orgel te klein: de secretaris vond het "te kinderachtig en niet krachtig genoeg". Op 9 december 1895 besloot men de opdracht aan Van Oeckelen te verlenen. Op 13 oktober 1896 stond het orgel gereed in de werkplaats; de heren K.P. Steenhuis (organist Nieuwe Kerk) en P.H. de Groot gingen het orgel daar bespelen. Over de plaats van het instrument in de kerk is nog gediscussieerd: Van Oeckelen stelde voor om de gaanderij met balustrades vóór het orgel te doen vervallen, waardoor het orgel mooier zou uitkomen. Echter de kerkenraad besloot anders; voor het orgel diende het pas opgerichte koor te zingen.

En zo geschiedde; het orgel werd geplaatst in een tweede (schijn-)balustrade achter het koor. Overigens is het aardig te vermelden dat het Schnitgerorgel hoogstwaarschijnlijk ook achter de balustrade aan de westzijde heeft gestaan. Tijdens de viering van het 400-jarig geboortefeest van Luther (11 november 1883) wordt melding gemaakt van "eene versiering van groen loof met toepasselijke inscripties" langs de balustrade vóór het orgel. Op de tweehonderdste verjaardag van de kerk (29 november 1896) werd het nieuwe orgel voor het eerst in de kerk bespeeld, in zes weken tijd werd het oude orgel afgebroken en het nieuwe geplaatst. Het orgel kreeg 22 registers verdeeld over hoofdwerk, bovenwerk en (vrij) pedaal en kenmerkt zich door een aantal expressieve registers die aansluiten bij de romantische stijl.

Toch is het orgel als geheel meer te plaatsen in de klassiek-romantische hoek. Het fraaie front is opvallend barok van architectuur. In de stad Groningen is dit het eerste klassiek-romantische instrument dat weer in oorspronkelijke staat is hersteld. Bij de restauratie is gekozen voor een terughoudend intonatieproces, waarbij veel respect werd getoond voor de bestaande nog aanwezige intonatie. Wat van het pijpwerk nieuw bijgemaakt is, is zorgvuldig vergeleken met bestaand materiaal zoals dat te vinden is in de Hervormde Kerk van Niekerk (Oldekerk) en de Remonstrantse Kerk Groningen.

Klik hier voor een samenvattende chroniek (pdf)